Sociale Vaardigheid

Het leren van sociale vaardigheden is erg belangrijk.

  • – contacten leggen
  • – vragen of je mee mag doen
  • – het voor jezelf opkomen
  • – op je beurt wachten
  • – rekening houden met een ander
  • – reageren op plagerijen
  • – nee-zeggen als dat nodig is etc.

Er worden hoge eisen gesteld aan de sociale vaardigheden van kinderen. Al die vaardigheden hebben kinderen nodig om zich op hun plek te voelen, op school en in hun vrije tijd.
Kinderen willen graag vrienden en vriendinnen hebben. Ze willen er graag bij horen. Het is belangrijk dat ze zich dan op hun gemak voelen. Een goed sociaal inzicht is dan een vereiste.

Communiceren

Duidelijk durven spreken, durven zeggen wat je denkt en voelt zijn belangrijke vaardigheden. Je hebt deze vaardigheden nodig om aan anderen te laten weten wat je bedoelt of wat je wilt en vooral wat je niet wilt, Als je open en duidelijk bent in de communicatie maakt het voor anderen een stuk gemakkelijker. Het is belangrijk dat je bij die duidelijkheid wel een ander in zijn waarde kunt laten.
Vragen stellen aan een ander kan een heel goede, effectieve manier zijn om met iemand in gesprek te komen. Als je vragen stelt toon je belangstelling voor een ander. Kleine kinderen gebruiken daarvoor lichaamstaal. Oudere kinderen moeten elkaar met woorden duidelijk kunnen maken dat ze ze zich interesseren voor de ander. Verlegenheid kan dan een belemmering vormen Maar er zijn ook kinderen die de juiste woorden niet kunnen vinden.
Een veel voorkomende vraag is: ‘Mag ik meedoen?’ Onzekere en verlegen kinderen hebben met die vraag juist heel veel moeite. Ze durven hem niet te stellen. Dat kan voortkomen uit angst voor afwijzing. Om ruzies en afwijzing te voorkomen is het belangrijk dat kinderen leren aansluiting zoeken bij anderen. Voor kinderen die al vaak zijn afgewezen is het beter eerst de afweging te maken bij welk groepje zij aansluiting zoeken. Voor sommige kinderen is het genoeg om een keer te horen hoe ze aan anderen kunnen vragen of ze mee mogen doen. Anderen hebben daar meer moeite mee.

Accepteren

In het contact met anderen kun je niet altijd de winnaar zijn. Competitie is een natuurlijke drang die veel kinderen in zich hebben. Wil je wat bereiken in het leven dan hebben we die wedijver ook nodig. Toch zijn er kinderen die altijd de beste willen zijn. Zij willen het meeste weten, het meeste hebben, het beste scoren. Ze kunnen zo fanatiek zijn in dat ze geen enkel verlies accepteren. Ruzies vinden vaak hun oorsprong in dit competiegedrag. Juist omdat ze nu eenmaal niet altijd de winnaar kunnen zijn maken ze het voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving erg moeilijk. Ze vergeten te genieten van het spel. Het aangenaam bezig zijn komt op de laatste plaats te staan. Leren accepteren dat het maar een spel is en dat je niet attijd kunt winnen is voor kinderen enorm belangrijk.

Ontspannen

Kinderen kunnen voor spannende situaties komen te staan. Dat kan zijn in nieuwe situaties maar ook in het contact met anderen. Zulk soort situaties kunnen zoveel spanning bij het kind oproepen dat het kind er onzeker door wordt en/of juist blokkeert. Met al die spanningen moet een kind leren omgaan. Niet ieder kind kan dit vanuit zichzelf. Deze kinderen hebben extra hulp nodig bij het leren omgaan met spanning.
Gehoorzamen
Veel kinderen durven geen nee te zeggen als ze iets niet willen. Anderen durven geen ja te zeggen als ze wel iets willen. Het is belangrijk dat een kind leert dat hij mag opkomen voor wat hij zelf wil en niet altijd hoeft te doen wat anderen van hem vragen. Kinderen leren thuis te gehoorzamen. Ze moeten wel leren dat ze niet altijd moeten doen wat anderen van hen vragen. Nee durven zeggen is voor sommigen heel moeilijk.

Reageren

Wat doet het kind als het uitgelachen wordt door anderen? Of hoe reageert het als het afgewezen wordt? Als een kind op de goede manier kan reageren. Door bijvoorbeeld heel bijdehand iets terug te zeggen dan heeft het kind geluk. De houding van het kind is hierbij heel belangrijk . Het kind moet weerbaarheid uitstralen.
Pesten of treiteren, naroepen of bedreigen ontstaan daar waar er niet adequaat gereageerd wordt op negatieve reacties van anderen.
Verdedigen als je aangevallen wordt (fysiek of met woorden)
Het is belangrijk dat kinderen leren om – bij echt gevaar – van zich af te bijten en zich zo goed mogelijk te verdedigen. Het liefst zo lang mogelijk met woorden, maar als het moet met lichamelijke kracht. Sommige kinderen moeten leren om niet te snel over te gaan tot fysieke vormen van zelfverdediging. Anderen moeten juist meer leren vertrouwen op hun fysieke kracht en uitstraling.

Opkomen

Voor jezelf. Niet alles laten gebeuren maar duidelijk grenzen aangeven. Dit alles met respect naar anderen toe.

Luisteren naar een ander

Een van de belangrijkste vaardigheden in het sociale verkeer is: luisteren. Mensen die goed naar je luisteren zijn doorgaans prettige mensen om mee om te gaan. Sommige kinderen kunnen goed luisteren; ze houden op het juiste moment hun mond, laten de ander uitpraten, tonen belangstelling voor wat de ander vertelt. Luisteren naar anderen is een heel goede manier om vrienden te maken.

Je in een ander inleven

Om rekening te kunnen houden met de gevoelens van een ander, moet je je kunnen inleven in die gevoelens. Volwassenen moeten het zich aanleren, kinderen hebben het soms nog van nature. Kinderen kunnen in de praktijk het inleven in een ander gemakkelijk leren. Het belangrijkste is dat ze ontdekken dat het belangrijk is om te kijken naar die ander en zich af te vragen wat er in die ander om kan gaan.

Wachten op je beurt

Kinderen kunnen het soms met heel simpele dingen best moeilijk maken voor zichzelf. Als ze ‘voordringen’, ook al gaat het onbewust en onbedoeld, maken ze zich bepaald niet populair bij de rest van de groep.
Voordringen is een vorm of een uiting van egoïsme en dat is moeilijk af te leren. Het vraagt tekst en uitleg en complimentjes op momenten waarop het goed gaat.
Voor een ander durven opkomen als die wordt aangevallen en zichzelf niet kan verdedigen
Het sociale verkeer is voor kinderen nog erg ingewikkeld en vaak ook nog eng. Zij denken in bedreigende situaties meteen aan zichzelf. Ze zullen moeten leren dat ze soms ook aan een ander moeten denken en rekening moeten houden met het gevaar dat anderen bedreigt.

Complimentjes geven

Ouders die hun kinderen regelmatig een complimentje geven, merken hoe belangrijk dat is voor hun kind. Het geeft kinderen zekerheid en zelfvertrouwen. Bovendien geeft het een prettige sfeer. Als kinderen van elkaar een complimentje krijgen gebeurt hetzelfde. De sfeer wordt prettiger, het onderlinge contact ook. Veel kinderen moeten het alleen nog even leren.
Tijdens de begeleiding komen de vier basisemoties boosheid, blijdschap, verdriet en angst aan bod.

De volgende sociale vaardigheden zijn gekoppeld aan de emoties:

  • Boosheid – omgaan met teleurstelling (bijvoorbeeld tegen je verlies kunnen)
  • Blijdschap – complimentjes geven, complimentjes ontvangen
  • Verdriet – reageren op gedrag van anderen (bijvoorbeeld als je uitgelachen, nageroepen of afgewezen wordt)
  • Angst – je voorbereiden op spannende situaties (bijvoorbeeld eerste schooldag, eerste zwemles, een spreekbeurt)

We willen de kinderen kennis laten maken met de vier basisemoties en de daarbij passende sociale vaardigheden.
Naast de sociale vaardigheden die in de lessen centraal staan proberen we in de training ook andere vaardigheden aan de doelgroep bij te brengen. Bijvoorbeeld “wachten op je beurt”, “luisteren naar een ander” en “nee leren zeggen” zijn vaardigheden die tijdens de lessen terugkomen.
De doelstelling van de SoVa-training die wij gaan ontwikkelen is de volgende: De doelgroep herkent de vier basisemoties (angst, verdriet, blijdschap en boosheid) en de daarbij passende sociale vaardigheden.
Wij vinden het belangrijk om de training af te stemmen op onze doelgroep, omdat wij denken dat de training dan meer effect zal hebben.
Volgens de literatuur zijn sociaal-emotionele problemen op school vooral:
– gepest worden
– faalangst
– een laag zelfvertrouwen
– een negatief zelfbeeld
– verdriet om een situatie (ruzie, verlies, rouw e.d.)
– stil, gesloten of teruggetrokken zijn
– sociaal isolement
– sociale angst
– te lage assertiviteit
– onvoldoende weerbaarheid
– niet genoeg zelfstandig zijn
– depressief
– gevolgen van fysieke, geestelijke en seksuele mishandeling door thuis of omgeving
– te laag empathisch vermogen: zich niet of onvoldoende in het doen, denken en voelen van anderen in kunnen leven.

• De kinderen die begeleiding krijgen, leren tijdens de training, bij zichzelf en anderen de 4 basisemoties boosheid, blijdschap, verdriet en angst herkennen.
• Ze krijgen meer grip op de sociale vaardigheden die tijdens de bijeenkomsten behandeld zijn.
• Tijdens de training krijgen de kinderen de mogelijkheid om over hun gevoelens te praten.

max en trixie nieuwsbrief